Hoofdstuk 3 Erkenningen voor specifieke handelingen | Regeling erkenningen wegverkeer

Actuele regelgeving

  1. 4.

    Nieuw: 01-01-2026

    Bedrijfsgegevens

    1. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, inclusief alle vestigingen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, is blijkens het handelsregister gevestigd in Nederland.
    2. Het eerste lid is niet van toepassing op de erkenningen foliefabrikant, lamineerder en wijziging goedkeuring voertuigen.
    3. Een bedrijf met een erkenning voor specifieke handelingen meldt wijzigingen in de bedrijfsactiviteit of in de bedrijfsgegevens onmiddellijk schriftelijk aan de Dienst Wegverkeer voor zover deze wijzigingen van belang kunnen zijn voor de erkenning.
  2. 5.

    Nieuw: 01-01-2026

    Kenbaarheid erkende bedrijf

    Vanaf de buitenkant van een bedrijf met een erkenning voor specifieke handelingen is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en in de Staatscourant gepubliceerde wijze kenbaar dat een erkenning is verleend.

  3. 6.

    Nieuw: 01-01-2026

    Communicatie langs elektronische weg

    1. Als in het kader van een erkenning voor specifieke handelingen communicatie met de Dienst Wegverkeer is voorgeschreven, vindt deze communicatie plaats langs elektronische weg, waarbij de digitale identiteit van het erkende bedrijf verifieerbaar is.
    2. Het erkende bedrijf maakt daarbij alleen gebruik van de door de Dienst Wegverkeer toegestane authenticatiemiddelen en handelt overeenkomstig de bijbehorende gebruikersvoorwaarden.
    3. Het erkende bedrijf is verantwoordelijk voor de handelingen die door of namens hem worden verricht.
    4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid, bedoeld in artikel 4aue, eerste lid, van de wet.
  4. 7.

    Nieuw: 01-01-2026

    Correctiemelding

    Als een erkend bedrijf een onjuistheid constateert binnen de kaders van de erkenning, wordt dat binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn gemeld aan de Dienst Wegverkeer op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.

  5. 8.

    Nieuw: 01-01-2026

    Aanvraag- en erkenningseisen

    1. De Dienst Wegverkeer kan bij de aanvraag voor een erkenning voor specifieke handelingen toetsen of de aanvrager aan de eisen en voorwaarden voor de erkenning kan voldoen.
    2. Het erkende bedrijf voldoet bij voortduring aan de eisen en voorwaarden die gelden voor de aanvrager.
  6. 91.

    Nieuw: 01-01-2026

    Begripsbepalingen

    1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
    keuring periodieke keuring als bedoeld in artikel 98 van de wet
    keuringseisen voor de desbetreffende voertuigcategorie geldende goedkeuringseisen als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet;
    opnamekaart gasinstallatie:
    bewijs volgens een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model dat de gasinstallatie overeenkomstig deze regeling is gekeurd;
    Regelgeving keuring gasinstallatie: editie van het boekwerk Regelgeving keuring gasinstallatie of de via de website van de Dienst Wegverkeer bekendgemaakte Regelgeving keuring gasinstallatie die door de Dienst Wegverkeer is vastgesteld en geldig is op het moment van de keuring;
    steekproef steekproefsgewijze herkeuring
    2.  Artikel 1.3 van de Regeling voertuigen is van overeenkomstige toepassing
  7. 92.

    Nieuw: 01-01-2026

    Aanvrager erkenning

    Een erkenning gasinstallaties kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die exploitant is van een of meer keuringsplaatsen.

  8. 93.

    Nieuw: 01-01-2026
    1. In de keuringsruimte bestemd voor het keuren van gasinstallaties is artikel 55, eerste, tweede, zesde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorziening die conform het zevende lid aanwezig is ten behoeve van afdrukken van keuringsrapporten, wordt gebruikt ten behoeve van het afdrukken van opnamekaarten gasinstallatie.
    2. In de in het eerste lid bedoelde ruimte is een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen en andere gassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd.

  9. 55.

    Nieuw: 01-01-2026

    Keuringsruimte

    1. De keuringsruimte is overdekt, behoorlijk af te sluiten, goed verlicht en voorzien van een vlakke vloer en verwarming.
    2. De inrichting en afmetingen van de keuringsruimte zijn zodanig dat de voertuigen die behoren tot de groep waarvoor de erkenning is verleend, in deze ruimte kunnen worden opgesteld zodat zij van alle zijden goed toegankelijk zijn.
    3. n.v.t.
    4. n.v.t.
    5. n.v.t.
    6. In de keuringsruimte kan de administratie van de keuringen behoorlijk worden uitgevoerd.
    7. In de keuringsruimte is een voorziening aanwezig, geschikt voor het raadplegen van het kentekenregister, het afmelden van voertuigen en het bewaren van steekproefcontrolerapporten. In de keuringsruimte is een voorziening aanwezig, ten behoeve van het afdrukken van keuringsrapporten.
    8. Gezamenlijk gebruik van een keuringsruimte door meerdere erkende bedrijven is niet toegestaan.
  10. 94.

    Nieuw: 01-01-2026

    Inspectieput en hefinrichting

    Op de keuringsruimte bestemd voor het keuren van gasinstallaties zijn de artikelen 56, eerste, tweede en vierde lid, en 57 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder APK-keurmeester, bedoeld in artikel 56, wordt verstaan: LPG-technicus.

  11. 56.

    Nieuw: 01-01-2026

    Inspectieput en hefinrichting

    1. In de keuringsruimte is een doelmatige inspectieput of hefinrichting aanwezig. Deze is geschikt voor de groep voertuigen waarvoor de erkenning is verleend en is voorzien van een doelmatige verlichting. Wanneer niet duidelijk blijkt wat het draagvermogen van een hefinrichting is, wordt hiervoor door de fabrikant of een onafhankelijk instituut een verklaring overgelegd. Het erkende bedrijf stelt in dat geval deze verklaring op aanvraag ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer. Het draagvermogen wordt zichtbaar op de hefinrichting aangebracht.
    2. De inspectieput en de hefinrichting zijn zodanig uitgevoerd dat de APK-keurmeester in staat is de onderkant van een voertuig nagenoeg over de hele lengte rechtopstaand te inspecteren. Dit houdt in dat in een keuringsruimte die bestemd is voor het keuren van:
      a. zware voertuigen de hefinrichting een hefhoogte heeft van ten minste 1,35 meter en de inspectieput een diepte heeft van ten minste 1,35 meter;
      b. lichte voertuigen de hefinrichting een hefhoogte heeft van ten minste 1,65 meter en de inspectieput een diepte heeft van ten minste 1,55 meter.
    3. n.v.t.
    4. De hefinrichting is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud.
    5. n.v.t.

  12. 57.

    Nieuw: 01-01-2026

    Aangewezen plaats voor controle afstelling dimlichten en mistvoorlichten

    1. In de keuringsruimte die bestemd is voor het keuren van motorrijtuigen is een aangewezen plaats aanwezig ten behoeve van de controle van de afstelling van dimlichten en mistvoorlichten. Deze aangewezen plaats is duidelijk gemarkeerd in de keuringsruimte en is voorzien van:
      a. een horizontale vlakke vloer van voldoende afmetingen waarop gelijktijdig zowel het te keuren voertuig als het koplamptestapparaat kan worden geplaatst;
      b. een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop gelijktijdig het koplamptestapparaat en het te keuren voertuig kan worden geplaatst; of
      c. een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop het te keuren voertuig kan worden geplaatst met voor de hefinrichting een horizontale vlakke vloer of rails. De vloer of de rails bevinden zich in hetzelfde horizontale vlak als de hefinrichting. De rails bevinden zich haaks op de rijplaten van de hefinrichting.
    2. Als het koplamptestapparaat is ontworpen voor uitsluitend gebruik op rails moeten deze rails aanwezig zijn en zich in hetzelfde horizontale vlak als de vloer of hefinrichting bevinden.
    3. n.v.t.
  13. 95.

    Nieuw: 01-01-2026

    Apparatuur keuringsruimte

    1. In de keuringsruimte is de volgende apparatuur aanwezig:
      a. een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind;
      b. een meetband met een minimale nauwkeurigheidsklasse III van voldoende lengte;
      c. een doelmatige bandenspanningsmeter en een doelmatige bandenpomp;
      d. een koplamptestapparaat;
      e. een universele toerenteller;
      f. een uitlaatgastester met lambda-bepaling;
      g. een apparaat waarmee een gasconcentratie overeenkomende met 800 ppm koolwaterstoffen gedetecteerd kan worden, en
      h. basisgereedschap voor de keuring van de inbouw van een gasinstallatie.
    2. Op de apparatuur zijn de artikelen 60, eerste tot en met zesde lid, en 61 van toepassing.

  14. 60.

    Nieuw: 01-01-2026

    Eisen aan apparatuur

    1. Ten aanzien van roetmeters, deeltjestellers, manometers, pedaalkrachtmeters, rollenremtestbanken, platenremtestbanken, remvertragingsmeters en uitlaatgastesters met lambda-bepaling, beschikt een erkend bedrijf over:
      a. een geldig certificaat van eerste keuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen dan wel, in geval van uitlaatgastesters met lambda-bepaling, de documenten als bedoeld in artikel 8.1.4, onder b, van de Regeling voertuigen; of
      b. een geldig certificaat van herkeuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen dan wel, in geval van uitlaatgastesters met lambda-bepaling, een geldig certificaat van herkeuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen indien de documenten als bedoeld in artikel 8.1.4, onder b, van de Regeling voertuigen langer dan twaalf maanden geleden zijn afgegeven.
    2. Het certificaat van eerste keuring en het certificaat van herkeuring zijn afgegeven door een keuringsinstelling dan wel een onderzoeksgerechtigde.
    3. Ten aanzien van de in het eerste lid genoemde meetmiddelen beschikt de aanvrager van een erkenning over een handleiding in de Nederlandse taal als bedoeld in artikel 8.3.6 van de Regeling voertuigen.
    4. Een koplamptestapparaat voldoet aan artikel 8.4.110 van de Regeling voertuigen en is voorzien van een handleiding in de Nederlandse taal, waarin ten minste vermeld is een procedure voor het gebruik van het koplamptestapparaat.
    5. n.v.t. 
    6. n.v.t.
  15. 61.

    Nieuw: 01-01-2026

    Deugdelijkheid en goede staat apparatuur

    De apparatuur, bedoeld in de artikelen 58, 59 en 95, is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud.

  16. 96.

    Nieuw: 01-01-2026

    Erkenningsvoorschriften

    1. Het erkende bedrijf verricht de keuring van gasinstallaties met inachtneming van de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen en maakt gebruik van de in artikel 95 vermelde apparatuur.
    2. De keuring van gasinstallaties vindt slechts plaats in de keuringsruimte waarvoor de erkenning is verleend.
    3. Keuringen worden slechts verricht door een LPG-technicus in de keuringsruimte waarvoor de erkenning geldt.
    4. De Regelgeving keuring gasinstallatie wordt door het erkende bedrijf beschikbaar gesteld aan de LPG-technicus.
  17. 97.

    Nieuw: 01-01-2026

    Doorgeven tellerstand

    Aan de verplichting als bedoeld in artikel 23k van het Besluit voertuigen, wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer zoals voorgeschreven in artikel 6.

  18. 98.

    Nieuw: 01-01-2026

    Aanwezigheid documenten

    1. De LPG-technicus controleert alvorens hij aan zijn werkzaamheden begint of hij de beschikking heeft over de Regelgeving keuring gasinstallatie.
    2. Bij keuring van:
      a. een G3-installatie is de G3-fabrikantenverklaring aanwezig;
      b. een installatie volgens VN/ECE-reglement 115 is de inbouwhandleiding en een afschrift van de VN/ECE-goedkeuring aanwezig.
  19. 99.

    Nieuw: 01-01-2026

    Keuringsvoorschriften

    1. Als bij het erkende bedrijf een keuring van een gasinstallatie wordt aangevraagd, stelt deze, na overleg met de aanvrager, onverwijld het tijdstip voor de keuring vast. De keuring vindt zo spoedig mogelijk na de aanvraag plaats.
    2. Er wordt geen keuring verricht voordat het kentekenregister is geraadpleegd ten aanzien van:
      a. het voor het voertuig opgegeven kenteken;
      b. het voertuigidentificatienummer van het ter keuring van de gasinstallatie aangeboden voertuig.
    3. Er wordt geen keuring verricht en de aanvrager van een keuring van een gasinstallatie wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen als:
      a. het raadplegen van het kentekenregister niet mogelijk is door een onjuiste combinatie van het kenteken en de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer of indien de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer niet bekend zijn;
      b. het voertuigidentificatienummer van het voertuig niet in overeenstemming is met het kentekenregister;
      c. in geval van een tenaamstelling met een beperkte geldigheidsduur als bedoeld in artikel 40a van het Kentekenreglement, de tenaamstelling is vervallen;
      d. het aantal cilinders van de motor in het voertuig niet overeenkomt met het aantal cilinders vermeld in het kentekenregister.
    4. Als het raadplegen van de voertuiggegevens als gevolg van een storing in een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk, als bedoeld in artikel 55, zevende lid, niet mogelijk is, wordt niet tot keuring van de gasinstallatie overgegaan.
    5. Indien het voertuig is voorzien van kentekenplaten dient het kenteken vermeld op de kentekenplaten overeen te komen met het kenteken zoals vermeld in het kentekenregister. Is dit niet het geval, dan wordt de aanvrager van de keuring doorverwezen naar de Dienst Wegverkeer.
    6. Het voertuigidentificatienummer dient zonder demontage van onderdelen van de gasinstallatie leesbaar te zijn. Is dit niet mogelijk, dan wordt de aanvrager doorverwezen naar de Dienst Wegverkeer.
  20. 100.

    Nieuw: 01-01-2026

    Controle op lekkage

    Het voertuig wordt onmiddellijk na binnenkomst in de keuringsruimte op lekkage gecontroleerd.

  21. 101.

    Nieuw: 01-01-2026

    Keuringsvereisten

    1. Tijdens de keuring van de gasinstallatie wordt met gebruikmaking van de apparatuur, als bedoeld in artikel 99, vastgesteld of het voertuig, inclusief de gasinstallatie, voldoet aan de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen.
    2. Indien in het kentekenregister het veld van de datum eerste toelating niet is gevuld dan geldt de dag van keuring als datum eerste toelating voor de toepassing van de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen.
  22. 102.

    Nieuw: 01-01-2026

    Afmelden

    1. Na afloop van elke keuring, als bedoeld in artikel 99, wordt het bepaalde in het tweede tot en met zesde lid in acht genomen, alvorens de opnamekaart gasinstallatie af te geven aan de aanvrager.
    2. Het voertuig wordt na authenticatie door de LPG-technicus bij de Dienst Wegverkeer afgemeld onder verstrekking van de volgende gegevens:
      a. het pasnummer op de bevoegdheidspas van de LPG-technicus;
      b. het kenteken van het voertuig;
      c. de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het voertuigidentificatienummer, letters en leestekens buiten beschouwing gelaten;
      d. indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een kilometerteller, de afgelezen tellerstand;
      e. als de keuring van de gasinstallatie de inbouw van een LPG-installatie betreft:
      1°. het merk en typegoedkeuringsnummer van de LPG-installatie;
      2°.de totale inhoud van de aanwezige LPG-tanks.
    3. Op de opnamekaart gasinstallatie moet schriftelijk worden vermeld:
      a. het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a tot en met e;
      b. als het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen, het einde van de wachttijd van de steekproef;
      c. de naam, adresgegevens en het keuringsinstantienummer van het erkende bedrijf;
      d. de transactiecode.
    4. Voordat de opnamekaart gasinstallatie wordt ondertekend, wordt door de LPG-technicus nagegaan of de opnamekaart gasinstallatie volledig is ingevuld.
    5. De opnamekaart gasinstallatie wordt onverwijld aan de aanvrager afgegeven indien de gasinstallatie niet aan een steekproef wordt onderworpen.
    6. Voor de opnamekaart gasinstallatie wordt gebruikt gemaakt van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model opnamekaart gasinstallatie, zoals bekend gemaakt in de Staatscourant.
  23. 103.

    Nieuw: 01-01-2026

    Toezicht

    1. In het kader van het toezicht kan de Dienst Wegverkeer steekproefsgewijs een herkeuring uitvoeren van de in het voertuig aangebrachte gasinstallatie.
    2. Op steekproeven zijn artikel 73 en 74 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder APK-keurmeester wordt verstaan: LPG-technicus, en onder “keuringsrapport” wordt verstaan: “opnamekaart”.
      a. De tweede zin van het derde lid van artikel 73 is niet van toepassing.
    3. Een wijziging, schorsing of intrekking van een erkenning als bedoeld in artikel 4auh, zesde lid, van de wet, geldt in beginsel uitsluitend voor de betrokken keuringsplaats.
    4. In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer, als omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat een wijziging, schorsing of intrekking alle keuringsplaatsen betreft waarvoor de erkenning geldt.

  24. 73.

    Nieuw: 01-01-2026

    Verplichtingen bij een steekproef

    1. Er worden gedurende negentig minuten na het tijdstip van afmelding geen wijzigingen aangebracht in de staat van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen. Er worden met betrekking tot een dergelijk voertuig ook geen metingen verricht.
    2. Het erkende bedrijf wijst de eigenaar of houder van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen erop dat deze verplicht is het voertuig voor de uitvoering van de steekproef beschikbaar te houden.
    3. Voorafgaande aan de steekproefherkeuring wordt het keuringsrapport door het erkende bedrijf of de APK-keurmeester aan de daartoe aangewezen functionaris van de Dienst Wegverkeer overhandigd. Als artikel 69, derde lid, van toepassing is, overhandigt het erkende bedrijf of de APK-keurmeester ook het in dat artikellid bedoelde goedkeuringsdocument.
    4. Aan een steekproef wordt alle medewerking verleend en de terzake door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen worden in acht genomen. Onder alle medewerking wordt in ieder geval verstaan dat:
      a. bij uitsluiting de APK-keurmeester die het voertuig aan een keuring heeft onderworpen, aanwezig is vanaf het moment dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan en zelf feitelijke assistentie verleent bij het uitvoeren van de steekproef;
      b. het voertuig niet van de keuringsruimte wordt verwijderd gedurende de steekproef;
      c. de desbetreffende ruimte en apparatuur gedurende de steekproef beschikbaar worden gesteld.
    5. Als bij de steekproef wordt vastgesteld dat het voertuig niet voldoet aan de keuringseisen, het voertuig onterecht is af- of goedgekeurd, het keuringsrapport onjuist of onvolledig is ingevuld of indien wordt geconstateerd dat de voorschriften met betrekking tot de steekproef niet in acht zijn genomen, wordt door de daartoe aangewezen functionaris van de Dienst Wegverkeer een steekproefcontrolerapport opgemaakt dat door deze wordt ondertekend alsmede door de APK-keurmeester.
  25. 74.

    Nieuw: 01-01-2026

    Voertuig dat keuringsruimte verlaat tijdens steekproef

    1. Als de eigenaar of houder van een voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen met het betreffende voertuig de keuringsruimte verlaat, wordt dit onverwijld door de APK-keurmeester aan de Dienst Wegverkeer gemeld. Een eventuele goedkeuring van het betreffende voertuig wordt door de Dienst Wegverkeer ingetrokken en dat voertuig kan niet meer worden afgemeld.
    2. Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat de eigenaar of houder van een voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen in het geval, bedoeld in het eerste lid, op de hoogte is gesteld van de verplichting om een nieuwe aanvraag van een keuringsrapport bij de Dienst Wegverkeer in te dienen.
  26. 104.

    Nieuw: 01-01-2026

    Bonus- en strafpunten

    1. De Dienst Wegverkeer kan in het kader van het toezicht op het erkende bedrijf of de APK-keurmeester een systeem van bonus- en strafpunten vaststellen, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
    2. Als een systeem als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld, wordt aan de hand daarvan, afhankelijk van de resultaten van het uitgeoefende toezicht, beoordeeld of het toezicht wordt verminderd of verscherpt dan wel of een erkenning of een keuringsbevoegdheid wordt gewijzigd of ingetrokken.
    3. Indien als gevolg van een wijziging, als bedoeld in artikel 4, de bedrijfsvoering van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de rechtsvorm waaraan een erkenning gasinstallaties is verleend, wordt voortgezet door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, worden de toegekende bonus- en strafpunten en de opgelegde sancties beschouwd als te zijn toegekend aan deze natuurlijke persoon of rechtspersoon.
  27. 105.

    Nieuw: 01-01-2026

    Aanvrager

    Een erkenning voorbehoud en verplichtingen kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die zich volgens het handelsregister richt op lease of financiering van voertuigen.

  28. 106.

    Nieuw: 01-01-2026

    Eisen en voorwaarden

    1. Een erkend bedrijf vraagt de Dienst Wegverkeer onmiddellijk de aantekeningen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit, door te halen wanneer de instemming, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit is komen te vervallen en maakt, in geval het gaat om een aantekening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, de tenaamstellingscode onmiddellijk kenbaar aan de kentekenhouder.
    2. Wanneer het erkende bedrijf namens een rechtspersoon het erkende bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad heeft verzocht de aanvraag voor de tenaamstelling in te dienen, blijkt uit een daartoe strekkende bepaling in de lease- of financieringsovereenkomst dat de rechtspersoon toestemming heeft gegeven om het voertuig op naam te krijgen.
  29. 107.

    Nieuw: 01-01-2026

    Tijdelijk document

    Een erkend bedrijf kan een tijdelijk document aanvragen voor de voertuigen die het op naam heeft, of voertuigen die het in eigendom heeft waarover een aantekening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, in het kentekenregister opgenomen. Zolang deze aantekening in het kentekenregister is opgenomen, wordt het tijdelijk document enkel gezonden aan het erkende bedrijf.